De Sint-Waldetrudiskerk te Herentals.

De funeraria

Grafzerken

Liggen de arme en de gemiddelde burger begraven in de tuin van de kerk, op het kerkhof, dan lagen de meer gefortuneerden bij voorkeur binnen de kerk en droegen ze met hun grijze arduinen grafplaat of zerksteen bij tot de aanleg van een stevige vloer in de ganse kerk. Wie echter het onvolprezen 19de-eeuwse monnikenwerk Graf- en gedenk­schriften erop naslaat, moet tot zijn ontsteltenis vaststellen hoeveel van deze opschriften er ondertussen al niet verdwenen zijn! De laatste exemplaren in de dwarsbeuk, de zijbeuken en in het koor blijven nog – even – ‘met de voeten getreden’ om dan voorgoed te verdwijnen. Enkel de gestorvenen met een grafzerk in de minder toegankelijke zijkapellen zijn een langer leven beschoren …

Bij de oudste zerken werd alles in een dieper reliëf uitgehouwen: de soms levensgrote aflijvige en tekst en uitleg als randschrift eromheen.

In de 17de en 18de eeuw worden de uitgehouwen groeven opgevuld met contrasterend materiaal: aanvankelijk koper, later in de baroktijd wit marmer.

Epitafen

Tot in de 16de eeuw worden gebeeldhouwde stenen platen met sierlijke omlijsting in de muren als epitaaf (‘opschrift’) ingemetseld. Een ouder voorbeeld van een dergelijk kleiner type gedenksteen is ingemetseld in de buitenmuur van de noordelijke koorkapellen, nl. die van stadssecretaris Niklaas de Moy, die vervolgens priester werd († 1545).

In de 16de eeuw evolueren deze epitafen in navolging van de altaren, tot minitriptieken. In de noordkoorgang hangt de anonieme triptiek van pastoor Christiaan van Tendeloo († 1583), wiens epitaaf pas vanaf het katholieke herstel in 1584 in de kerk kan prijken. Op het rechterluik staat het oudst bekende stadsgezicht van Herentals met de St.-Waldetrudiskerk achter het portret van de geestelijke, terwijl op het linkerluik de stadspatrones St.-Waldetrudis allereerst haar eigen stad Mons patroneert. In de baroktijd wordt het opnieuw een tekstplaat, vaak in de vorm van een cartouche met een gebeeldhouwde lijst. Hiervan is echter in de St.-Waldetrudis’ geen voorbeeld bekend.

Grafmonument – cenotaaf

Achter het hoogaltaar, oorspronkelijk in de koorgang, maar nu tegenover de sacristie, staat het grafmonument van Mej. Maria-Theresia Van Heteren (1816-1868), de stichteres van de meisjes-normaalschool te Herentals. Dit romantisch classicistische monument (1870) is allereerst een eerbetuiging vanwege haar oud-leerlingen, met de steun van de overheid: het rijk, de provincie en de gemeente. Het is het enige werk dat de Herentalse Charles Auguste Fraikin (1817-1893) voor zijn vaderstad gemaakt heeft. De engel, de genius van het onderwijs, zit (bovenop een graftombe?) voor het omfloerste wapenschild van Herentals te rouwen om het heengaan van de verdienstelijke onderwijzeres. Getrouw aan het classicisme is de engel gekleed in een ruim gedrapeerd gewaad en – eigen aan Fraikin – krijgt hij door de ontblote schouder een licht sensueel trekje. In de linkerhand houdt hij een olijftak en een mirtenkrans, terwijl hij met de rechterhand zijn tranen afveegt.

Gedachtenismonument van de slachtoffers van W.O.I

In de wand van de noordbeuk, tegen de noorddwarsbeuk, vormen 4 bronzen plaketten samen een gedachtenismonument. Onder de opdracht “Aan onze gesneuvelde / Helden / 1914 Herentals 1918” wordt hulde gebracht aan de Herentalse soldaten die in W.O. I gesneuveld zijn.

Op de 2 flankerende plakaten staan hun 56 namen staan – netjes verdeeld – in 4 kolommen vermeld met als bijklomende aansporing: “Blijft hun naam gedenken” “hun ziel en hun voorbeeld”. Centraal toont Jezus zijn hart (het ‘H. Hart’) aan een dodelijk gewonde soldaat die een Belgische standaard in de hand houdt, terwijl een engel hem in de rug ondersteunt. De man houdt het hoofd geheel naar achter en steunt nog met een hand op de rots.

De plakette is gemaakt door het kunstatelier “Elgendom Bressers, Gent”.